En zo zit Mr T hier. Achter de laptop. Te doen alsof hij iets belangrijks aan het tikken is. Maar eigenlijk doet hij maar wat. De aandacht is afgeleid. Want Mr T heeft twee frisse glazenwassers op bezoek.
Het gebeurt niet vaak dat Mr T werkvolk over de vloer krijgt. Mr T zit in zijn privé graag op zijn gemak. Vandaar ook geen poetshulp. Dat heeft zo zijn nadelen, die stilaan meer en meer doorwegen. Mr T is namelijk zelf niet van de heel werkende soort — tenminste, als het op het huishouden aankomt. De hoogst noodzakelijke was en plas, dat wel. Al zeker wanneer familie of vrienden op bezoek komen. Waardoor hij het imago heeft van de propere, nette vrijgezel. Ha!
Het is zoals bij alles in het leven: je moet onder de laag durven kijken. Gelukkig zijn de meesten daar te vermoeid voor. Want onder die laag zou je verborgen vlokken ontdekken, bevlekte lichtschakelaars en een bestofte berging. En de laag zelf, die ligt overduidelijk op de ramen, open en bloot, ze is dik, ze is hardnekkig, en ze is niet meer te negeren.
Dus zijn er nu de twee frisse glazenwassers. Mr T durft niet goed te kijken — die ene heeft ook nog eens blinkende oogskes, zeg. Mr T voelt zich in deze vroege ochtend plots zelf wat frisser worden, een beetje pronter, een stukje frivoler. Misschien toch eens uitkijken naar meer van dat werkvolk. Een poetsman. Een klusjesman. En een tuinman. O ja, een tuinman! Mr T heeft helemaal geen tuin.
Intussen zijn de twee wassertjes alweer weg. Net als de laag op de ramen. Mr T loopt tevreden rond. En toch ook wat bedachtzaam. Want er zijn nu geen besmuikte ramen meer om al zijn andere lagen te verbergen.
Posts tonen met het label Gebrabbel. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Gebrabbel. Alle posts tonen
GROENE VINGERS
“Amai, uw plant ziet af. Veel bruine bladeren.” Mr T wuifde de kritiek beledigd weg. Maar ze bleef toch plakken. ‘s Anderendaags bekeek hij De Plant van naderbij. En zag een strijd die hij liever niet gezien had.
De Plant was een klein jaar geleden een geschenk. Gekregen voor kerst én verjaardag. Het is een gróte plant — een loft is een genot, maar met kleine prul moet je er niet afkomen. Even groot is de uitdaging. Want Mr T heeft geen groene vingers. De rusteloze geesten van de palmen die hij in vorige woonsten kapot heeft gekregen, dwalen nog altijd kermend rond op zoek naar de eeuwige potgronden.
Overleeft wel: de sanseveria. Het enige botanische succesverhaal ten huize T. Gekregen als drie sprietjes en nu een hele pot vol. Let wel, ook ooit op sterven na dood gekregen. Maar een vrouwentong krijg je niet het zwijgen opgelegd, hoe hard je ook je best doet.
Sindsdien noem ik de sanseveria soms Conchita, omdat ze al is gerised like a phoenix. De Plant kreeg aanvankelijk ook een naam. Georges. Maar het guitige zoontje van een vriend heet ook zo, en dat begon toch te wringen. Er is bovendien geen vergelijk. De vitaliteit alleen al. En die kleine heeft meer groen achter zijn oren dan De Plant aan vele bladeren.
“Amai, uw plant ziet af.” De toestand bleek inderdaad ernstig. Want: de wolluis was terug. Niet in groten getale zoals enkele maanden geleden, toen een Hollandse plantendokter de grote middelen kwam inzetten, met ladder en moordspray. Maar toch genoeg om zelf in de weer te gaan met spuitbus en natte doek over de bladeren.
Zijn dat nu groene vingers? In de weer gaan met verdelging en keukentrapje? Constant strijdend voor behoud? Strompelend van nederlaag naar succesje en terug? Verliezen, winnen, verliezen,... Want als het allemaal dáárom draait, heeft Mr T al héél lang groene vingers.
Inmiddels zijn er plannen voor een tweede plant begot — overmoed kent geen grenzen, het is het onkruid des menschen. Maar Mr T ziet het zitten. Want na een jaar stáát De Plant er wel nog altijd, en daar had vooraf niemand voor durven tekenen. Dus, vanuit het gebladerte zonder wolluis: dikke middelvinger naar alle criticasters.
Kijk, da’s toch al één groene vinger.
Sindsdien noem ik de sanseveria soms Conchita, omdat ze al is gerised like a phoenix. De Plant kreeg aanvankelijk ook een naam. Georges. Maar het guitige zoontje van een vriend heet ook zo, en dat begon toch te wringen. Er is bovendien geen vergelijk. De vitaliteit alleen al. En die kleine heeft meer groen achter zijn oren dan De Plant aan vele bladeren.
“Amai, uw plant ziet af.” De toestand bleek inderdaad ernstig. Want: de wolluis was terug. Niet in groten getale zoals enkele maanden geleden, toen een Hollandse plantendokter de grote middelen kwam inzetten, met ladder en moordspray. Maar toch genoeg om zelf in de weer te gaan met spuitbus en natte doek over de bladeren.
Zijn dat nu groene vingers? In de weer gaan met verdelging en keukentrapje? Constant strijdend voor behoud? Strompelend van nederlaag naar succesje en terug? Verliezen, winnen, verliezen,... Want als het allemaal dáárom draait, heeft Mr T al héél lang groene vingers.
Inmiddels zijn er plannen voor een tweede plant begot — overmoed kent geen grenzen, het is het onkruid des menschen. Maar Mr T ziet het zitten. Want na een jaar stáát De Plant er wel nog altijd, en daar had vooraf niemand voor durven tekenen. Dus, vanuit het gebladerte zonder wolluis: dikke middelvinger naar alle criticasters.
Kijk, da’s toch al één groene vinger.
PUTTEKES EN POTTEKES
Donderdag 29 oktober, iets voor vieren. Kakweer. Mr T kwam van Tante T (gekluisterd aan haar zetel) en reed naar Moeder T (halfstok na een beroerte). Onderweg stopte hij op het kerkhof. Bij Vader T (straks al 25 jaar weg) en Broer T en Neefje T (iets met een auto). En dan staat ge daar. In de drup. In uw eentje. Met uw pasgekocht schupke van 3,95 en harkske van 2,95. Puttekes makend. Voor de pottekes traditie. De witte chrysanten nog eens draaien. De natte foto’s monsteren. En vaststellen: bon, dat was het alweer, dit jaar. Mr T voelde er niets bij. Of misschien was het alles tegelijk.
DE GIL VAN INGEBORG
Gehoord? Tussen het geknal van het vuurwerk en het gebral van de feestvierders door? Nee? Het steeg nochtans hoog op. Het gegil van Ingeborg.
Mr T vertelde aan vrienden dat hij vanaf maandag op regime gaat. En niet halfslachtig: drie maanden lang een volledige drooglegging. Alcohol, chocolade en alle andere soorten snoep gaan in de ban. Afvallen is niet de hoofdreden, al is het een belangrijk neveneffect. Wel: energie en zelfrespect. De Ingeborg in Mr T slaat namelijk alarm. En hoe. Het mens is meestal erg stil, schudt soms eens met het hoofd, rolt eens met haar ogen en laat betijen. Maar nu staat ze zowaar bovenop de barricades. Dat het genoeg geweest is, gilt ze. Herhaaldelijk. Tot chakrale schoppen onder Mr T’s cerebrale kont toe. En je wilt geen Ingeborg in je hoofd of onder je kont. Dus: regimen. Strak. Strikt. Streng.
Mr T hoorde nog iets anders opstijgen tussen het eindejaarsgeknal door. Het leek op hoongelach, met het wijsje van Blind Date op de achtergrond. Maar dat beeldde hij zich ongetwijfeld in.
Mr T vertelde aan vrienden dat hij vanaf maandag op regime gaat. En niet halfslachtig: drie maanden lang een volledige drooglegging. Alcohol, chocolade en alle andere soorten snoep gaan in de ban. Afvallen is niet de hoofdreden, al is het een belangrijk neveneffect. Wel: energie en zelfrespect. De Ingeborg in Mr T slaat namelijk alarm. En hoe. Het mens is meestal erg stil, schudt soms eens met het hoofd, rolt eens met haar ogen en laat betijen. Maar nu staat ze zowaar bovenop de barricades. Dat het genoeg geweest is, gilt ze. Herhaaldelijk. Tot chakrale schoppen onder Mr T’s cerebrale kont toe. En je wilt geen Ingeborg in je hoofd of onder je kont. Dus: regimen. Strak. Strikt. Streng.
Mr T hoorde nog iets anders opstijgen tussen het eindejaarsgeknal door. Het leek op hoongelach, met het wijsje van Blind Date op de achtergrond. Maar dat beeldde hij zich ongetwijfeld in.
TERUG
Psst. Mr T is terug. Na vier jaar. Al valt nog af te wachten in welke mate. Soms bekruipt hem de zin om nog eens iets te krabbelen. En dan mist hij een alibi. Vandaar de reanimatie van dit webschriftje. Maar hou het stil. De collega’s hoeven het niet te weten. Mr T is intussen chef en wordt dus geacht zijn manieren te houden. Dit plekje is geheim. Hopelijk. Niemand verwacht op deze paasdag écht een verrijzenis, toch?
GE KRIJGT HET NIET UITGELEGD
Exact vijf jaar geleden verbleef ik in Syrië. Uit het reisschriftje van toen:
Met de bus passeerden we een feest, een huwelijk, en werden uitgenodigd om mee te doen. Mensen wuiven steeds naar ons. Kinderen spelen. Met speelgoedwapens. Een meisje zwaait uitbundig met haar rechterhand en houdt een nepgeweer vast in haar linker. Ze lacht lief. Iets verderop spelen ze met bommekes.
(...)
Na tien dagen Syrië frappeert nog altijd de vriendelijkheid.
Toegegeven, niet alles was fantastisch. Het creepy sfeerke in een Iraanse moskee in Damascus zal me nog lang heugen. En met het regime werd niet gelachen. Bijlange niet. Maar de gewone mens op straat? Een pak sympathieker dan de schietpartijen op tv nu laten vermoeden.
Bij die nieuwsbeelden van de vernielde straten in Aleppo denk ik soms: hé, daar heb ik gelopen. Misschien was het een andere straat — als alles kapotgeschoten is, is het moeilijk nog iets te herkennen — maar toch.
Rillingen krijgt ge van de horrorverhalen. Kinderen van 12, 10, 8, die ontvoerd en gevangengehouden worden. Gemarteld. Elektroshocks. Uitgehongerd. Die leeftijdgenootjes zien creperen in hun cel. Tot de dood hen verlost.
Nee, ik ben geen expert. Nee, ik heb me niet verdiept in die Assad of in die rebellen. En nee, ik weet ook niet hoe ge dat daar efkes gaat oplossen. Maar ik weet wel dat de wereld eens mag reageren. En dat bijvoorbeeld China en Rusland dat tegenhouden. En dat er een hoger spel gespeeld wordt waar ik te weinig van begrijp. En waar de doorsnee Syriër niks aan heeft.
Zelf doe ik niks. Net als u en de rest van de wereld. Niks. Want hoe gaat dat? Ge zijt ontzet door het nieuws en de beelden, en ge denkt ‘dit mag écht niet gebeuren’, en ge schudt oprecht uw hoofd. Maar dan belt plots iemand die u nodig heeft, of zijt ge te laat voor een afspraak, of koken in de keuken plots uw patatten over, en dan gaat het leven weer zijn gewone gang. Ge krijgt het niet uitgelegd, maar het gaat zo. Eén kind dat doodgefolterd wordt, zou genoeg moeten zijn om iedereen in een vlammende coleire naar Syrië te jagen om daar stevig aan een paar oren te gaan trekken. Niet één, maar ettelijke kinderen worden ginds gemarteld volgens VN-bronnen. En toch gebeurt er niets. Ge krijgt het niet uitgelegd.
Pas later zal blijken hoe groot het drama is. En dan komt dit ons mogelijk nog achtervolgen. En zeventig jaar na de Tweede Wereldoorlog zouden we dan toch een beter excuus moeten kunnen verzinnen dan ‘we wisten het niet’. Dat gelooft geen kat nog, in deze internettijden.
Ik hoop dat het nog ietwat goed komt ginderachter. Want het land en de inwoners zijn te schoon om aan hun lot over te laten.
Lap, mijn patatten zijn aan het overkoken.
We zitten in het uiterst charmante hotelletje Dar Halabia in de smalle straatjes van het oude stadsdeel. Aleppo is mooi. Ben naar de citadel gestapt. Werd spontaan aangesproken, kort en beleefd, vragend of Syrië me beviel, welkom geheten, en dan weer weg. Gastvrij zonder op te dringen. Ruim een uur op een rots gezeten om van het vergezicht te genieten.
(...)Met de bus passeerden we een feest, een huwelijk, en werden uitgenodigd om mee te doen. Mensen wuiven steeds naar ons. Kinderen spelen. Met speelgoedwapens. Een meisje zwaait uitbundig met haar rechterhand en houdt een nepgeweer vast in haar linker. Ze lacht lief. Iets verderop spelen ze met bommekes.
(...)
Na tien dagen Syrië frappeert nog altijd de vriendelijkheid.
Toegegeven, niet alles was fantastisch. Het creepy sfeerke in een Iraanse moskee in Damascus zal me nog lang heugen. En met het regime werd niet gelachen. Bijlange niet. Maar de gewone mens op straat? Een pak sympathieker dan de schietpartijen op tv nu laten vermoeden.
Bij die nieuwsbeelden van de vernielde straten in Aleppo denk ik soms: hé, daar heb ik gelopen. Misschien was het een andere straat — als alles kapotgeschoten is, is het moeilijk nog iets te herkennen — maar toch.
Rillingen krijgt ge van de horrorverhalen. Kinderen van 12, 10, 8, die ontvoerd en gevangengehouden worden. Gemarteld. Elektroshocks. Uitgehongerd. Die leeftijdgenootjes zien creperen in hun cel. Tot de dood hen verlost.
Nee, ik ben geen expert. Nee, ik heb me niet verdiept in die Assad of in die rebellen. En nee, ik weet ook niet hoe ge dat daar efkes gaat oplossen. Maar ik weet wel dat de wereld eens mag reageren. En dat bijvoorbeeld China en Rusland dat tegenhouden. En dat er een hoger spel gespeeld wordt waar ik te weinig van begrijp. En waar de doorsnee Syriër niks aan heeft.
Zelf doe ik niks. Net als u en de rest van de wereld. Niks. Want hoe gaat dat? Ge zijt ontzet door het nieuws en de beelden, en ge denkt ‘dit mag écht niet gebeuren’, en ge schudt oprecht uw hoofd. Maar dan belt plots iemand die u nodig heeft, of zijt ge te laat voor een afspraak, of koken in de keuken plots uw patatten over, en dan gaat het leven weer zijn gewone gang. Ge krijgt het niet uitgelegd, maar het gaat zo. Eén kind dat doodgefolterd wordt, zou genoeg moeten zijn om iedereen in een vlammende coleire naar Syrië te jagen om daar stevig aan een paar oren te gaan trekken. Niet één, maar ettelijke kinderen worden ginds gemarteld volgens VN-bronnen. En toch gebeurt er niets. Ge krijgt het niet uitgelegd.
Pas later zal blijken hoe groot het drama is. En dan komt dit ons mogelijk nog achtervolgen. En zeventig jaar na de Tweede Wereldoorlog zouden we dan toch een beter excuus moeten kunnen verzinnen dan ‘we wisten het niet’. Dat gelooft geen kat nog, in deze internettijden.
Ik hoop dat het nog ietwat goed komt ginderachter. Want het land en de inwoners zijn te schoon om aan hun lot over te laten.
Lap, mijn patatten zijn aan het overkoken.
NIEUWE TIJDEN
Kijk eens aan. Het kan dus wél. Meedoen met een platcommerciële talentenjacht op vtm en toch opgepikt worden in de gereputeerde cultuurmiddens. Vanavond naar ‘Living Roots’ geweest. Raf Walschaerts (van Kommil Foo), Tom Theuns (van Ambrozijn) en Gert Bettens (van K’s Choice) zongen liedjes. Samen met: Brahim (van Brahim). De revelatie van de avond. Met een sublieme versie van ‘Fresh’ (Kool & The Gang) als hoogtepunt. Erg genoten. En daar konden de drie bluesy papzakken die schuin voor Mr T veel te hevig opgingen in de muziek niks aan veranderen. Brahim dus. Van Idool. In de Stadsschouwburg. Tussen Radio 1-volk. Het zou vroeger niet waar geweest zijn. Nieuwe tijden, nieuwe kansen. Hoop gloort voor de Tom Dicen van deze wereld.
SORRY AAN ALLE ECOLOGISTEN
Bekentenis. Niet dat u erop zit te wachten. Mr T heeft voor het eerst zijn nieuwe tondeuze gebruikt. Voor een trimbeurt. Op zijn borst. (U kan nu nog afhaken.) Noem de trimbeurt gerust een kapbeurt. Want het Zwarte Woud is voortaan het Zwarte Gazon. Hierbij wil Mr T zich officieel verontschuldigen aan het broze ecosysteem tussen navel en kin dat plots grondig verstoord is, aan de tientallen exotische diersoorten die er jarenlang in veilige verborgenheid verbleven en nu mogelijk voorgoed uitgeroeid zijn, aan de stam pygmeeën die vele jaren geleden al moest emigreren na het kappen van het Zwarte Rugwoud en nu opnieuw tot vluchten veroordeeld is, en bij uitbreiding aan de hele mensheid omdat er nu toch een pak minder bos is dat deze planeet van zuurstof voorziet. Sorry, ecologisten.
BELEEFDHEID IS EEN ONRECHT
De beleefdheid is onrechtmatig verdeeld in de wereld. De bovenbuur is sinds zeven uur aan het stommelen dat het geen naam heeft. De onderburen zijn een kwartier later beginnen boren en kloppen. Om wellicht sebiet allemaal simultaan te stoppen omdat ze moeten gaan arbeiden. Werken is iets wat Mr T tot na middernacht gedaan heeft. Waarna hij in alle stilte zijn appartement is binnengestapt. In alle stilte de vuilzak heeft buitengezet. In alle stilte de tv heeft aangezet op de laagste volumestand. Maar dat is allemaal van geen tel als de ochtendmaffia opstaat. Nondezjaar. Veel zin om in iedereen zijn brievenbus te gaan plassen. Maar dat doet ge dan weer niet. Omdat de beleefdheid onrechtmatig is verdeeld in de wereld.
EUPDEEJT
Ja. Mr T leeft nog. Ziehier een eupdeejtje. Gedurende de radiostilte heeft hij...
• ...de dief betrapt die al weken zijn weekendkrant uit de bus pikte. Het bleek een bejaarde vrek uit de buurt. “Steelt u vaker gazetten, meneer?” “Neeeuh.” (7 juli)
• ...Moeder T horen zeggen dat ze graag naar ‘FC De Kampioenen’ kijkt, “vooral naar die gloednieuwe afleveringen”. (20 juli)
• ...een reis naar Peru en Bolivia geboekt. In november vlucht Mr T drie weken weg van alles en iedereen om weer een gebergte op te kruipen. (27 juli)
• ...nachtelijke autopech gehad op een verlaten oprittencomplex. Band en velg naar de jos. Niemand stopte, behalve één Franstalige allochtoon. (2 augustus)
• ...zich suf geërgerd aan de heksenjacht tegen de nonnekes van Malonne. Wees blij dat zij Michelle Martin opvangen en niet gij. (3 augustus)
• ...genoten vanHans Van Alphen de Olympische Spelen. (9 augustus)
• ...nog steeds geen appartement gekocht. Iets waar Mr T’s omgeving zich precies harder aan ergert dan hijzelf. (15 augustus)
• ...in zijn auto een emmer met een ruiker bloemen vervoerd. Tot hij, in navolging van de wagen vóór hem, abrupt moest stoppen en de T-bolide werd omgedoopt tot een vijver. (19 augustus)
• ...de doop van zijn petekind bijgewoond. Mr T wou haar een lam (gods) geven in knuffelvorm, maar dat is uiteindelijk een kalf gods geworden. (26 augustus)
• ...op die doop een nieuw woordje geleerd: chrisma. Betekent zalfolie. Al dacht Mr T te horen: “Ik zegen u met dit heilige klysma”. (26 augustus)
• ...de dief betrapt die al weken zijn weekendkrant uit de bus pikte. Het bleek een bejaarde vrek uit de buurt. “Steelt u vaker gazetten, meneer?” “Neeeuh.” (7 juli)
• ...Moeder T horen zeggen dat ze graag naar ‘FC De Kampioenen’ kijkt, “vooral naar die gloednieuwe afleveringen”. (20 juli)
• ...een reis naar Peru en Bolivia geboekt. In november vlucht Mr T drie weken weg van alles en iedereen om weer een gebergte op te kruipen. (27 juli)
• ...nachtelijke autopech gehad op een verlaten oprittencomplex. Band en velg naar de jos. Niemand stopte, behalve één Franstalige allochtoon. (2 augustus)
• ...zich suf geërgerd aan de heksenjacht tegen de nonnekes van Malonne. Wees blij dat zij Michelle Martin opvangen en niet gij. (3 augustus)
• ...genoten van
• ...nog steeds geen appartement gekocht. Iets waar Mr T’s omgeving zich precies harder aan ergert dan hijzelf. (15 augustus)
• ...in zijn auto een emmer met een ruiker bloemen vervoerd. Tot hij, in navolging van de wagen vóór hem, abrupt moest stoppen en de T-bolide werd omgedoopt tot een vijver. (19 augustus)
• ...de doop van zijn petekind bijgewoond. Mr T wou haar een lam (gods) geven in knuffelvorm, maar dat is uiteindelijk een kalf gods geworden. (26 augustus)
• ...op die doop een nieuw woordje geleerd: chrisma. Betekent zalfolie. Al dacht Mr T te horen: “Ik zegen u met dit heilige klysma”. (26 augustus)
EN NU ZIJN WE...
Mr T werd 38 en hij vond het maar niks. Maar kijk, het werd een geslaagde 24 uur. Het begon meteen na middernacht: een drink met collega’s. Den ouwe kwam af en bleef tot laatst. En Goed Volk meldde dat 38 het atoomnummer is van strontium. Korte nacht. ’s Middags: brunch bij het petekind met Meerdael, pistolets en zon — beter komen de noenen niet. Na een detour langs Moeder T ging het ’s avonds richting beste steak van het land, in goed gezelschap, dat begot een kroon had gemaakt. Afsluiten deden we met Grand Marnier en Bacardi. Voilà. En nu zijn we 38. De wereld is niet gestopt met draaien.
ZON(DE)
Vandaag was Mr T’s laatste vrije dag, toch voor een tijdje. Zonde. Vandaag was ook de dag waarop een shoppende Mr T bij zijn thuiskomst een kortingsbon in zijn mailbox kreeg voor een winkel waar hij net twee stuks had gekocht. Ook zonde. Vandaag was bovendien de dag waarop Mr T vernam dat zijn cultuurabonnement in Heist-op-den-Berg — dat ding waarvoor hij ontieglijk vroeg is opgestaan en liefst viér uur in de rij heeft gestaan — herleid is tot één voorstelling, wegens toch te laat voor al de rest. Zonde in het klotekwadraat. Maar... Mr T trok het zich allemaal niet zo lang aan. Omdat... gewoon... omdat... de zon scheen. Mr T leek wel een bejaarde, zo blij dat hij was omdat de zon van jetje gaf. Nadien werd het wel bewolkt en onweerachtig en zo, maar dat negeren we effe. Want voor ge het weet, wordt het ook bewolkt in Mr T’s zonnig gemoed. En dat zou pas zonde zijn.
ZO RAZEND
NIET KITS MET DE RITS
Het moet Mr T van het hart. Vele van zijn ergernissen mogen dan al wat overtrokken zijn, in het verkeer loopt het wel vaak helemaal mis. Dan gaat hij achter zijn stuur compleet over de rooie. Vooral als het aankomt op ritsen. Komaan, mensen! Het is zo simpel. Ge schuift aan over twee rijstroken tot op het einde, en dan haakt iedereen beurtelings in. Dat gaat het vlotst, daar hebben slimme mensen onderzoek naar gedaan. Er staan tegenwoordig zelfs borden die het aangeven. Dat wil dus niét zeggen: op één lint gaan staan, zelfs in het midden van de weg, en de baan blokkeren voor iedereen die wel “vlot en hoffelijk” wil ritsen. Nondezjaar. En dan kijken met een blik van ‘gij, asociale debiel’. Terwijl het omgekeerde gewoon waar is. Al komt er meestal zelfs geen blik aan te pas: dat bumpert dan verder met de ogen op oneindig en de arm naast het gezicht, om alle mogelijke oogcontact te mijden. Zo laf. Omdat ze ergens weten dat ze toch fout bezig zijn, zeker? Nondezjaar. Razend kan Mr T ervan worden. Láát het dus, beste mensen. Vooral op de Brusselsesteenweg richting Asse. Doe het voor de wereldvrede. Dank.


EEN RIEK OF ZO
Mr T had ecostress. Hij zat hier nog met 140 euro aan ecocheques en wist daags voor de vervaldatum begot niet wat hij ermee moest kopen. Waarmee bewezen is dat Mr T geen vrouw is, want hen zou het niet overkomen. Het waren dan ook vrouwen bij wie de cheques last minute nog een bestemming vonden. Blij toe. Anders had Mr T iets moeten kopen wat hij niet nodig had. Een riek of zo. Hij zag zich hier al zitten, met dat ding. Op zijn novilon. Nee nee. Een uitwas van de consumptiemaatschappij, dat is de ecocheque. Een kikkerplaag op de uitvinder ervan.
SONGFESTIVAL = VOETBAL
Voetbal is oorlog. Het Songfestival ook. En wij houden hier wel van een veldslagske.
Het begint al met de nationale selectie. Wie trekt ten strijde? Met wie overleven we de voorronde? Altijd veel gedoe. Zijn we wel goed genoeg? Want andere landen smijten er meer geld tegenaan. Het wordt moeilijk, maar toch, het kan, misschien, wie weet, zeggen de fans. En ze zwaaien blij met hun vlagske.
Uiteindelijk komt het neer op één avond. Dan is het alles of niets: doorstoten naar de hoofdtabel of afdruipen. Alles hangt af van hoe we het die avond spelen. Aarzelende start? Valt nog moeilijk recht te trekken. Onzeker in de arena? Wordt afgestraft. Het is koek eroep of koek oep ’t bakkes. Maar we gaan ervoor. Weg met die nul. Go Belgium. De fans zwieren nog enthousiaster met hun vlagske.
We treden aan, doen ons ding en... verliezen. Geen eindronde. Geen EK in juni, geen finale in Bakoe. Kritiek barst los, meestal van degenen die daarnet nog stonden te zwaaien met hun vlagske. Dat de selectie niet deugt. Dat degene die de selectie maakt niet deugt. Dat de mensen achter degene die de selectie maakt niet deugen. Experts genoeg langs de zijlijn. Dat het uiteindelijk allemaal toch maar stom is. Of politiek. Of een geldzaak. En de vlagskes worden opgeborgen.
Bij gebrek aan eigen natie collaboreren we met een ander land. Zo duimen wij hier vanavond keihard voor Duitsland. Dat is dan toch één wezenlijk verschil met het voetbal.
Het begint al met de nationale selectie. Wie trekt ten strijde? Met wie overleven we de voorronde? Altijd veel gedoe. Zijn we wel goed genoeg? Want andere landen smijten er meer geld tegenaan. Het wordt moeilijk, maar toch, het kan, misschien, wie weet, zeggen de fans. En ze zwaaien blij met hun vlagske.
Uiteindelijk komt het neer op één avond. Dan is het alles of niets: doorstoten naar de hoofdtabel of afdruipen. Alles hangt af van hoe we het die avond spelen. Aarzelende start? Valt nog moeilijk recht te trekken. Onzeker in de arena? Wordt afgestraft. Het is koek eroep of koek oep ’t bakkes. Maar we gaan ervoor. Weg met die nul. Go Belgium. De fans zwieren nog enthousiaster met hun vlagske.
We treden aan, doen ons ding en... verliezen. Geen eindronde. Geen EK in juni, geen finale in Bakoe. Kritiek barst los, meestal van degenen die daarnet nog stonden te zwaaien met hun vlagske. Dat de selectie niet deugt. Dat degene die de selectie maakt niet deugt. Dat de mensen achter degene die de selectie maakt niet deugen. Experts genoeg langs de zijlijn. Dat het uiteindelijk allemaal toch maar stom is. Of politiek. Of een geldzaak. En de vlagskes worden opgeborgen.
Bij gebrek aan eigen natie collaboreren we met een ander land. Zo duimen wij hier vanavond keihard voor Duitsland. Dat is dan toch één wezenlijk verschil met het voetbal.


















