Pages

Posts tonen met het label Getetter. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Getetter. Alle posts tonen

RUSTHUISCAFETARIA

- Welke trein neem je terug naar huis, T?
- Ik ging die van kwart voor vier nemen, maar die haal ik niet meer, tante.
- Oei.
- Niet erg. Misschien heeft hij vertraging en haal ik hem toch. En er zijn nog andere treinen.
- Ja?
- Boemels. Die duren alleen wat langer.
- T?
- Ja, tante?
- Ik wacht ook op een trein…
- Hoezo?
- De hogesnelheidstrein… die me naar de andere kant brengt.
- Moh, tante…
- (knikt stellig) Maar die heeft helaas ook vertraging.
- Mja.
- Eén ding is zeker: ooit komt hij.
- Het zal een boemel zijn, tante.

TANTE (85) EN NONKEL (90)

- We hebben een nieuwe tv. Het duurde even, maar nu zijn we gewend aan die nieuwe kleuren, hè schat?
- Wablief?
- Dat we gewend zijn aan de nieuwe tv-kleuren.
- De wat?
- De tv. De kleuren.
- Hè?
- De kléuren!
- Ik versta u niet, vrouw.
- KLEUREN!
- Oh... Ah ja...
- Hèhè.
- God ja... Da’s lang geleden.
- Huh? Wat?
- Lang geleden dat ik daar was.
- Waar?
- In Keulen.

GROOT GEMIS

(Op de werkvloer)

- Van wie zijn die snoepkes?

- Van G. Het was haar laatste dag.

- Oh... Was die niet al lang weg?


OPEN GOAL

- Ik: “Het is hierbinnen plots wat frisser. Hebt ge iets opengezet?”

- Zij: “Ja. Mijn knieën.”




TEGEN DE TIJD

- Ik ben hoogbejaard.
- Da’s niet waar, tante.
- Komaan, T, ik ben 83.
- En vrouwen worden gemiddeld 82.
   Hóógbejaard zijt ge dus niet.
- Ach... Gij zijt nog jeugd, gij...
- Nee, tante. Ik ben 37. Da’s al láng
   geen jeugd meer.
- Wat dan wel?
- Ik ben een degelijke, volwassen man.
- Als gij het zegt...

ATTENTIE

- Hallo?
- Dag, moeder, ik ben het.
- Ha, dag jongen. Ge komt sebiet toch?
- Jaja, ben al onderweg. Wou u gewoon zeggen dat ik bloemen bij heb.
- Oh.
- Maar die zijn voor een afspraak vanavond. Dus ik dacht: ik bel effe, anders ziet ge mij daar sebiet mee binnenkomen en zijt ge blij voor niks.
- Hoe attent...

NE SCHONE FOTO

- Heb nen héél schone foto van u
   gevonden, jongen.
- Ja, moeder?
- In een schuif. Onderin ergens.
- Allez.
- Nog ingekaderd en al. Effenaf schoon.
- (kijkt rond) En waar hebt ge hem nu
   gezet?
- O, gewoon teruggelegd in de schuif.

SOMS TOCH VÉR VAN DE BOOM

- Het gaat slecht met meneer Appel.
- Wie, moeder?
- Meneer Appel.
- Ken ik niet.
- Maar jawel.
- Nee, zegt me niks.
- Maar allez, hij heet Appel...
- Nooit van gehoord.
- Die van de computer.
- Ah!

DE BRUINE RIDDER

(Naar de Kasteelfeesten van Horst geweest.)

- Amai, nu pas terug van de wc?

- Lang moeten wachten, ja.

- Zo veel volk?

- Nee, er zat een ridder op de pot.

KUREN


- Amai, ik ben goed aan het ontgiften.

- Wat roept ge?

- Dat ik goed aan het ontgiften ben!

- Moeder! Wat in de wc gebeurt, blijft in de wc!

DE PÊCHEN

- Ik wil de pêchen nog zien.
- Wablief, moeder?
- De pêchen. Die wil ik nog zien.
- Wat bedoelt ge?
- Awel, die film. Over de pêchen.
- Welke film?
- Ik spreek dat toch goed uit, hè?
- Weet ik niet.
- Allez. De pêchen. Over het paasverhaal.
- Euh... Ah. The Passion!
- Ja. De pêchen.

OOH


- Haalt uw blindegeleidehond soms grapjes met u uit?

- Nee.

- (teleurgesteld) Ooh.





DIPJE TIJDENS DE QUIZ

- Vragen ze nummer of uitvoerder?
- Uitvoerder.
- Goh... Da’s zo’n jong zangereske.
- Lady Gaga?
- Néé. Zo’n echt puberding.
- Miley Cyrus?
- Ja!... Of...
- Katy Perry?
- Kan ook...
- Schrijf maar Miley Cyrus op.
Bleek het... Justin Bieber. Ha!

TOUCHÉ

- Ik heb touche!
- Eindelijk. Van wie?
- Hij noemt zich God.
- Huh?
- God, ja. Hij vroeg het aan op een strooipapierke.
- Wat stond erop?
- ‘God wil u zijn liefde geven.’
- En?
- Pfff... Ik denk dat ik wel beter kan krijgen.

TOPPUNT


- Schone reisfoto’s.
- Merci, tante.
- Deze foto, bovenop een berg, is wel grappig.
- Waarom grappig?
- Omdat ge tussen de was staat, tiens.

ALFA


- Weet ge wat ik ben, Mr T?
- Zeg eens.
- Een alfa-mannetje.
- Da’s waar.
- En weet ge wat gij zijt, Mr T?
- Ook een alfa-mannetje?
- Bijna. Een gamma-mannetje.

AAN ’T CONTAINERPARK

- Kijk, ma, die madam komt precies met een lege auto.
- Ha, hoe stom. Haar afval vergeten.
- Ofwel is het autoke het afval.
- Huhu. Misschien komt ze zichzelf wel brengen...
- Haha!... Nee, moeder, die komt gewoon lucht brengen.
- Pffrt.
- KLA. Klein Lucht Afval.
(stilte)
- Echt? Bestaat dat?

MOEDER NATUUR













- Oh, wat een raar beestje.
- Waar, moeder?
- Daar.
- Waar?
- Dáár. Waar ik naar wijs.
- Moeder, ge wijst naar de hele hof.
- Dáár. Dat groene beestje.
- De hele hof ziet groen, ma.
- Maar allez! Op dat takske.
- Ook veel takskes in de hof, ma.
- Dáár! Onder dat ander takske.
- Dat helpt, ja.
- Nu zit ’t op een bladje.
- Opnieuw: veel bladjes, ma.
- Dat groén bladje.
- Ma!
- Oh, nu vliegt ’t weg.
- Goddank.

CENTRAAL

- Hebt ge hier al ’ns gekeken voor een appartement?
- Nee... Ze laten niet iedereen toe, weet ik.
- Klinkt exclusief. En centraal gelegen.
- Kamers zijn wel klein. En donker. En slecht uitzicht.
- Da’s minder.
- Basisvoorzieningen wel aanwezig. En er is bediening.
- Ah, soort van serviceflat dus.
- Zoiets... Kom, rij maar door.

WEER


- Pff, dat regenweer.
- Toch tof? Groei- en bloeiweer.
- Mountainbikeweer.
- Jogweer.
- Fitnessweer.
- Badmintonweer.
- Wat zegt gij, Mr T?
- Zetelweer.