Pages

dixit EEN COLLEGA

"Als ze gedurende één maand elke nacht flitsen op het viaduct van Vilvoorde, dan kunnen ze de staatsschuld in één keer afbetalen"


Zatte, maar wijze woorden van de collega. Kort daarvoor had Mr T verteld dat hij geflitst is op bovenvernoemd viaduct. In het holst van de nacht. Op een lege baan. Niémand rijdt daar dan braaf 90. Mr T was ferm pissig. En die pissigheid is nu omgeslagen in broekpisserij. Want Mr T reed alsof hij 120 mocht rijden: een kleine 140 dus. Intrekking van het rijbewijs dreigt. Nondezjaar.

Tijd voor schietgebedjes. En kaarskes. En ook offers misschien. Om op de dorpel van het politiebureau te leggen en zo de politiegoden gunstig te stemmen. Geen prutsoffers, geen fruit of groenten, maar iets dat opvalt... Hm... Mr T heeft hier nog wel een fluitende dwerg liggen. Hoog tijd dat die zich ook eens nuttig maakt. Kom, jongen, kom eens bij de papa. Nee, papa houdt geen mes vast...



JE BENT WAT JE EET

MR T MOEST GELUKKIG NIET BLAZEN

DAG OP DAG

Mr T heeft een boek gekocht. Gebeurt veel te weinig. Een geschiédenisboek zelfs. Gebeurt nooit. Maar dit moésten we hebben.

Mr T heeft één grootvader en één nonkel nooit gekend. En dat is de schuld van de Amerikanen. Op 5 april 1943 dropten zij bommen op de vliegtuigfabriek Erla in Mortsel. Althans, dat was de bedoeling. In het echt raakten zij vooral de woonkern errond. Het zwaarste bombardement ooit in de Benelux.

Op die vijfde april zat nonkel op school, in het Sint-Vincentiuscollege. Nonkel – broer van moeder T – was zes jaar oud. Hij wou eerst niet gaan, die dag, zo wil het verhaal. ‘Allez, niet aanstellen. Laatste keer wuiven, en hop naar school.’

Op hetzelfde moment werkte vava noodgedwongen in de Erlafabriek. Vava – langs vaders kant – pendelde elke dag op en af. Veel later die dag zou moemoe in het station van Mr T’s geboortedorp staan wachten tot de trein aankwam uit het rampgebied. Nog voor de wagons halthielden, zou ze haar hoofd schudden: “Hij zit er niet op.”

Want rond halfvier waren de bommenwerpers gekomen. Gevolg: 936 doden, bijna een kwart van hen kinderen die op school zaten. Ook nonkel en grootvader sneuvelden. Collateral damage. Foutje van de bevrijder.

Mr T heeft een boek gekocht. ‘Tranen over Mortsel’ heet het. Nonkel staat op pagina 112, mét foto. Van vava is er geen spoor – net als op het kerkhof. Beiden kenden elkaar niet. Maar beiden staan al jaren naast elkaar op de kast ten huize T.



BESTE MEVROUW TANGHE

Of mag ik Jenny zeggen? Nee, dat past niet bij een dame van uw stand. Bovendien ken ik u helemaal niet, dus moeten we niet te familiair doen. Mevrouw Tanghe, ik wil u gewoon één ding melden: ik vind dat u oneer wordt aangedaan.

U bent onlangs van ons heengegaan. Niks aan te doen, het overkomt de besten. Maar terwijl andere grote acteerhelden staande ovaties krijgen tijdens tv-gala’s, of worden opgebaard op een chique toneelscène, of worden uitgezwaaid op een uitvaart vol schoon volk, verloopt uw vertrek verdacht geruisloos. En dat is zonde.

Want u was zelf allesbehalve geruisloos. De bazige Vanjes, de brullende Moeder De Tremmerie, de kloeke Moeder Cent... Die kordate rollen gingen u goed af, hè? Er wordt dan ook gezegd dat u in het echt ook wel zoiets, euh, categorieks over zich had. Dat kan gerust zijn; ikzelf heb dat te weinig, dus ik kan dat wel waarderen.

Nu las ik in de krant dat u zelf erop had aangedrongen uw crematie klein en intiem te houden, met maximaal 25 man. Kijk, het zijn mijn zaken niet hè, maar dat vind ik nu jammer. Want u verdient veel meer honneurs. U hoort ín de schijnwerpers te staan, niet ernaast. U hoort de rozen in ontvangst te nemen die u toegeworpen krijgt. U hoort te buigen voor een laatste applaus. Waarna u met uw stoutmoedige zelve voorgoed van het toneel verdwijnt.

Mevrouw Tanghe, ik ken u niet. Laat staan dat het mijn affaire is. Maar ik vind dat u oneer wordt aangedaan.

Vrijpostige groeten,

Mr T