Pages

DE KLAK


Mr T valt zelden op. Als u hem op straat ziet, u zou zo door hem heen kijken. Laat staan met hem beginnen te babbelen. En dat vindt Mr T best oké. Zo weinig mogelijk gezaag rond zijne kop.

Maar soms, soms mag het toch ietsje meer zijn. Gelukkig is er dan De Klak. Een magisch hoofddeksel. Een soort cloaking device voor het Gigantische Voorhoofd. Telkens hij De Klak opheeft, kijkt iedereen nét een fractie langer naar Mr T. De verkoopster in de winkel zegt nét ietsje nadrukkelijker hallo, de voorbijganger glimlacht nét een seconde langer. Mr T straalt dan ook nét iets meer karakter en nét iets minder bejaardheid uit. Eternal youth, thy name is Klak.

Boze tongen beweren nu dat Mr T alleen maar opvalt omdat hij er met De Klak eerder bijloopt als een ordinaire crimineel. Alsof hij elk moment een ouw besje haar handtas kan meegrissen. Maar dat klopt uiteraard niet. Pure laster. Wegens jaloers op Mr T’s hoedje van plezier.

Trouwens, laat Mr T maar gewoon in de waan. Want zolang hij gelukkig is met zijn krakkemikkig klakske, heeft hij niks anders nodig. Van u bijvoorbeeld.

'...HOOFDJE VERBIIIINDT...'


Moeder T gaf een cd mee. “Moet ge eens naar luisteren. Goed op de teksten letten.” De greatest hits van... de Zangeres Zonder Naam. Nu is ’t toch ver gekomen, dacht Mr T verontrust. Maar ze zei ook nog: “Ikzelf heb trá-nen gelachen.” Aha! En jawel, die smartlappen getuigen pardoes van een humor dat het geen naam heeft. (Hebt ge ’m... zangeres zonder naam... dat het geen naam heeft... och, laat maar.)

Tussen verzopen pareltjes als ‘Hij was maar een neger’, ‘Biecht van een nonnetje’ en ‘Als ik naar je blinde ogen kijk’ spant toch vooral de klassieker ‘Vaderlief’ de kroon. Allez, dein mee. Hier. (“Terwijl zij het hoofdje verbiiiiiiiindt, zegt vader vol innig beróóóóóuw...”)

MR T LIGT DUBBEL

MUSKETIER


Zeg nu nog dat Mr T een softie is. (Nee, dit onderwerp laten we voorlopig niet los.)

Mr T is zo ruig dat hij beruchte etablissementen frequenteert. Met misschien weinig berucht klinkende namen, maar toch. Zo zat hij gisteravond in ’t Muske in Geel. Alwaar afgelopen week nog wel meer bad ass people à la Mr T op bezoek waren gekomen. Grieken uit Geel en Russen uit Izegem hadden er de boel kort en klein geslagen.

Het moet weliswaar gezegd: gisteren van de hele avond geen relschoppers gezien. Wellicht koest gebleven uit schrik voor Mr T’s carrure.

MADAME SEPTANTE


Iedereen heeft één excentrieke tante. En zij is die van mij. Zuiderser dan haar zussen, verstrooider ook. Ooit de looks van een knalwijf, nu nog steeds de flair ervan. Toen ze zaterdag binnenkwam, noemde ik haar Madame Septante. Ze lachte smakelijk. Ze zag er jonger uit dan een kersverse zeventiger.

Ik had speciaal voor haar gekookt. Zoals ik jaren geleden wel vaker deed. Altijd simpelen boef. Die zij dan ophemelde. Tot op het ongeloofwaardige af. Deze keer had ik tomatensoep gemaakt. Dikke met ballekes. En chateaubriand van den Delhaize. Ronde krokettekes van de GB. En bearnaisesaus uit een Knorrzakske. Maar zij prees alles alsof ik Peter Goossens hemzelve was. De rode wijn kwam recht uit de frigo, zoals zij hem het liefst heeft — kan het haar wat bommen dat het heiligschennis is. En deze keer had ik ook nog een fleske schuimwijn van 375 ml gekocht. Voor de jarige. Ze straalde.

Zij geniet van het leven. Al is het soms met ferme horten en stoten. ‘Gelukkig’ zou ik haar dan ook nooit durven noemen. Ik denk niet dat zij graag zeventig geworden is.

Ik heb een boon voor Madame Septante. Omdat ze een verweerd, extravagant, lief strekenwijf is. Of misschien gewoon omdat het culinair makkelijk scoren is bij haar. Of, wie weet, omdat singles zoals wij voor elkaar moeten zorgen. Ook al is de ene maar half zo oud als de andere.