Pages

JUNK MET NAALDEN: DE AMY WINEHOUSE V/H BREIEN


EN DAAR STAAT GE DAN PLOTS

Nonkel (89) en tante (84) nog eens bezocht in het rusthuis, pardon, woon- en zorgcentrum in Antwerpen. Mr T was amper binnen of hij werd al uitgestuurd op missie. Richting Meir. Met strikte orders. En daar staat ge dan plots, in het Kruidvat, aan te schuiven aan de kassa, met in uw handen: vijf pakjes batterijen voor een hoorapparaat.

T-KEN 54

T-ken 54.
Jas.
Zaterdag 16 juli 2011, 22.13 uur.

Ja, het lijkt meer een D-ken. Maar in die D zitten wel degelijk twee T-kens. Van Tom Tailor Denim. Gezien op de jas van kameraad Don, die wandelde door het braakliggende Geel. “Een Spooks-frak”, glunderde hij. Omdat hij ermee leek op de manhaftige Adam uit ‘Spooks’. Een jaloerse Mr T probeerde het ding nog stiekem te jatten. Maar de eigenaar bewaakte het met zijn leven. Als een echte Adam.

MR T, RIDDER VAN HET LICHT

In het kader van de eeuwenoude strijd tegen de Kwade Krachten der Duisternis heeft uw Ridder van het Licht eindelijk het kapotte lampke van de dampkap vervangen. Ook heeft hij een overdosis watt in zijn Ikea-sfeerlamp gedraaid. Man, hélder dat het hier nu is. Vanuit de grauwe avondschemering lijkt het raam van uw ridder zelfs een heus lichtbaken. Een soort vuurtoren. Als daar maar geen schipbreuken van komen.

UIT KOERS

Zit zo’n Van den Broeck zich een jaar lang af te jakken, knalt die in één seconde uit de koers. Zit zo’n Contador maandenlang te trainen, hinkt hij achterop door een onnozele val. Om nog te zwijgen van al die keren dat een stoem plat bandje een hele voorbereiding torpedeerde. Mocht Mr T nu lui zijn, dan zou hij besluiten dat ge toch maar beter niet té hard uw best doet. Mocht Mr T lui zijn.

T-KEN 53

T-ken 53.
Ladeuzeplein Leuven.
Donderdag 7 juli 2011, 13.05 uur.

Mr T verjaarde en hij dartelde door het centrum om zichzelf te trakteren op een soldeke. De buit: een jeansbroek (-0%), een hemd (-0%), een cd (-0%) en een doos pralines (-0%) om de collega’s te paaien. En dus een nieuwe leeftijd. Helaas ook -0%.

LUSTIGE LIJFKNECHTEN

Downton Abbey’ (straks op Ned. 2): het was Mr T zó warm aanbevolen dat hij er wat koel naar begon te kijken. Maar wat blijkt: al wat hij gehoord heeft, is waar! Gooi ‘Upstairs Downstairs’ bovenop ‘Gosford Park’ en je krijgt een soort ‘Brideshead Revisited... Revisited’. Stijve lippen. Strakke pakken. Lustige lijfknechten. En Maggie Smith als ouwe taart op de aristocratische kers. Oef. Wordt het toch nog een fijne tv-zomer.

KWAAD! KWÁÁD!

Oooh, Mr T heeft zich kwáád gemaakt. In de auto. ’t Was geen zicht.
Hij moest naar Duffel. Niet via de Ring, wegens werken. Ook Leuvensesteenweg gemeden, wegens file. Wel via Kampenhout. Maar ook daar: file. Dan maar binnendoor. Helaas: werken. Andere weg binnendoor: ook werken. Mr T passeerde een overweg: rood. Hij passeerde een wei: tractor. Hij passeerde een smalle dorpsstraat: camion. Hij reed plots vlot...? Foute weg! Grmbl.
En eens ge u ergert, ergert ge u aan alles. Aan de busreclame Bag 2 School (“Komáán, ’t is 4 juli!”). Aan de immoslogan U huis, een hit (“U spelling is shit!”). Aan Mr T zelf (“Jaag u niet zo op!”). Aan de vicieuze cirkel (“Jaag u niet op over hoe ge u opjaagt!”).
Maar vooral: de traagheid. De tráágheid! Noem het gerust stilstand. Alsof Mr T in zijn eigen leven rondreed. Jongens. Zó kwaad gemaakt. ’t Was geen zicht.

NACHTKLACHT

U stond in de nachtwinkel voor Mr T aan de kassa. Best nog jong, niet onknap. U was dronken. Moest zich vasthouden aan de wiebelende chipsstand. Toen u Mr T zag, riep u veel te luid: “Monsieur! Bent u Belsj?” Mr T kan niet zeggen dat hij geneigd was te antwoorden. Hij zei snel ja zonder op te kijken. “Alle Belsjen zijn rasjisjtisj, meneer!” Mr T wierp een snelle blik. “Ik ben Fransjman, meneer! Heb een Fransje vader. En een Algerijnsje moeder. Maar Belsjen bekijken me... Rasjisjtisj, meneer!” U klonk steeds agressiever. De tatoeage op uw arm hielp niet. “Belsjen kijken niet rond. Alleen maar voor zich uit... Waarom bent u rasjisjtisj, meneer?” Mr T bleef onverstoorbaar en gaf de gegeneerde winkelier geld voor ijs en chips. Bij het omdraaien keek ik u toch recht in de ogen. Wel, u keek veel minder agressief dan u klonk. Uw zatte ogen leken ernstig. U meende wat u lalde. “Waarom zijn alle Belsjen rasjisjtisj, meneer?” U rolde met uw rare ogen, schudde met uw zatte hoofd, stommelde naar buiten en strompelde weg. Steeds verder klonk het: “...rasjisjtisj... isjtisj...tisj...” Mr T zuchtte. Thuis opende hij zijn potje ijs. Geen witte vanille, maar bruine chocolade. En Mr T was gerust: ziet ge wel dat hij niet rasjisjtisj is.