Pages

GEKNOR

Mr T loopt ambetant rond. Het duurt al enkele dagen. Hij kreunt omdat hij te weinig recupdagen krijgt. Hij sakkert omdat zijn werk weer wordt veranderd in iets lelijkers. Hij rolt met zijn ogen omdat het verkeerslicht weer op rood springt. Hij vloekt omdat zijn computer weer te traag is. Hij zucht omdat zijn digitaal Telenet-menu weer tilt slaat. Hij spreekt Evy weer tegen tijdens het joggen. Hij vindt dat iedereen zaagt zodat zijn eigen gezaag niet meer opvalt. Nee, Mr T is momenteel geen aanwinst voor de lente.

Even heeft Mr T zich wat beter gevoeld. Toen een collega – want iemand anders zien we tegenwoordig niet meer – hem zei: “Ge zijt knorrig, T.” Knorrig… dat klinkt nog zo onaardig niet. Klinkt beter dan nurk, sfeerverpester of slechtgezinden tist. Nee, knorrig, daar kunnen we mee leven. Dat heeft iets huiselijks, iets sympathieks, en vooral iets tijdelijks.

Het past bovendien bij de zwijnenstal waarin Mr T’s appartement alweer herschapen is. Rollen in ons eigen vuil is er nog net niet bij, maar als we moeite zouden doen, zou het gerust wel kunnen.

Nog twee weken, en dan heeft Mr T veertien dagen congé. Zal geen seconde te vroeg komen. Intussen hopen wij dat u Mr T zijn knorrigheid vergeeft. Knor anders gerust mee. Maar ook niet te veel, of we beginnen te knorren over uw geknor.



1 reacties:

Don zei

Het buikje laten nog wat laten aanzwellen, en ge zijt helemaal witse met dat knorrig gedoe

Een reactie posten